We verlaten de hooglanden

Zondag 28 mei. We waren gisteren aangeland in een prachtig estate van John en Barbara Weir waar we hebben geslapen in hun aangebouwde lodge. Na het ontbijt, wat we zelf konden klaarmaken in de keuken van boodschappen die we de avond van te voren hadden gekocht bij de co-op, gingen we inpakken. De fietsen hadden ook een slaapplaats in de garage. De fietsen opladen was onder tussen zo routine geworden dat we snel weer klaar stonden om te vertrekken van deze aardige mensen. Na een aantal gegevens te hebben uitgewisseld en foto’s gemaakt te hebben met elkaars i-pad/i-phone waren we weer op weg. Deze keer naar de Tullibardine Distillery. Barbara Weir had mij de weg uitgelegd er naartoe. Maar ik moest zonodig weer verkeerd rijden. Bij navraag aan een automobilist keerden we weer om naar de rotonde waar ik de verkeerde afslag had genomen. Deze km’s voerde ons langs de onmetelijke greens van Gleneagles, venue of the Rider Cup in 2014. Onderweg werden we ingehaald door een dame op een racefiets en aan haar nogmaals gevraagd ter bevestiging of we goed zaten voor de destilleerderij. Met haar bevestiging reden we vrolijk verder en kwamen we uit bij Tullibardine. Een mooie geschiedenis met heel veel up en downs. Het was een brouwerij vanaf 1488 en werd pas een destilleerderij in 1940. Het is een kleine compacte destilleerderij en produceren het hele jaar door behalve 2 weken in de zomer en 2 weken met kerst. We kregen twee flesjes water mee voor onderweg en een duwtje in de goede richting voor Dunfermline. Maar ja, als je Dunfermline naderd dan weet je ook dat je zeker de hooglanden verlaten hebt. Voor mijn fiets is dat zeker een goede zaak want het midden blad aan de voorkant is volgens Gerard versleten. Ik kan mijn krachten er niet meer op kwijt zonder dat de ketting overslaat. Goed, Dunfermline verlaten en op naar firth of forth bridge om naar Edinburgh te geraken. Nou dat viel niet mee. We reden aan de goede kant van de weg staan we in eens voor een hek. Blijkt die kant afgesloten te zijn. Gerard laat zich niet zomaar afschrikken en opend het hek. We hadden de hele brug voor ons zelf. Met een een onbelemmerd uitzicht op de railway bridge. En dan komt de andere kant en zit ook daar een hek. Deze gaat niet open. Gelukkig zat er een klein poortje in een hek waar we doorheen konden. Eerst wat bananen opgegeten om de kar van Gerard wat lichter te maken en we vonden fietsroute 1 om te volgen richting Edinburgh. Na nog een aantal km’s gereden te hebben dachten we een steak te gaan eten maar dan hadden we 1,5 uur moeten wachten voor een tafel. Niet dus. Na nog een aantal km’s zagen we een leuk uitziende eetgelegenheid. Het was er dan ook gezellig druk. Het was voor de eerste keer dat Gerard zijn bord niet leeg kon eten, zoveel als het was. Ik had haggis, neaps and mash. Voor de zoveelste keer was het zoeken naar een slaapplaats een plaag, zelfs in het stedelijke gebied van Edinburgh. Maar zoals altijd vinden we wel iets. Morgen nemen we een rustdag omdat we nog maar 160 km van Newcastle afzitten en Edinburgh een hele mooie stad is. Tot morgen.

Een warehouse van Tullibardine
Zo maar een paar afbeeldingen
De laaglanden

Een enerverende dag

Zaterdag 27 mei.  We hadden een mooie camping aan de zuidkant van Pitlochry. We hadden gisteren avond ook niet de fut meer om naar Pitlochry te gaan. We stonden op om 08:00 uur. De zon scheen volop. Prachtig om een dag mee te beginnen. Na het ontbijt en het opruimen van de bagage gingen we op pad. Het was de bedoeling om de Edradour Distillery te bezoeken. Alleen om er te komen moet je terug naar Pitlochry centrum en dat was ik vergeten. Dus kwamen we uit op de snelweg. Dit viel helemaal niet goed bij Gerard. Maar keren op de snelweg gaat niet, nooit niet. Dus toch de eerste de beste afslag gepakt en weer terug naar Pitlochry en een route 7 aanduiding gevolg vanaf de uitgang van de camping waar we vandaan kwamen. Het was wel weer een weg met veel, heel veel klimmenen en weinig dalen, zeker in het eerste deel van de dag. Aan het eind van de weg moestenwe route 7 loslaten op weg naar Aberfeldy, ofwel de John  Dewar’s World of Whisky. De rondleiding kregen we gratis. Eerst kregen we een filmpje te zien. Vervolgens kregen we een soort i-pad om door het museum van Dewar geschiedenis heen te gaan. Het was een mooie ervaring met name ook omdat er een Nederlandse versie was voor Gerard. Na het museum hebben kregen we de rondleiding gedaan en ook hier doen the bepaalde handelingen anders dan andere destilleerderijen. Het was een weer een mooie ervaring. Als je ooit zelf naar Schotland komt moet je deze zeker bezoeken. Hoe mooi en gezellig het ook was we hadden nog een missie. De fietsen weer opgepakt gingen we door Aberfeldy op zoek naar de A826 richting Crieff. Had ik dat maar nooit gedaan. Wat een beklimming zeg. Het duurde zeker 20 min. voordat we boven waren. Maar de panorama is dan toch maar weer de moeite waard. Onderweg komen toch veel aangereden fazanten, konijnen, vogels en af en toe een hertje tegen langs de kant van de weg. Bij Grieff heb je dan The Famous Grouse experians, ofwel The Glenturret Distillery. Het is een kleine destilleerderij met maar 1 washstill en 1 potstill met een jaarlijkse output van 120.000 liters. We kwamen precies op tijd en konden gelijk aansluiten bij de rondleiding ook deze was gratis voor ons. Allemaal donaties voor het kankerfonds.  Een klein gedeelte van hun productie, ongeveer 10%, is voor blending in The Famous Grouse, de rest is single malt. Het bezoeken van destilleerderijen was voor die dag gedaan. Nu nog een slaapplaats vinden. Dat moet toch niet zo moeilijk zijn in een redelijke plaats als Grieff. Maar niets is minder waar. We zochten diverse B&B’s op maar deze hadden geen kamer meer beschikbaar. Dan maar verder rijden, naar Auchterarder. We kwamen onderweg geen b&b tegen. Op een gegeven moment zag ik een mevrouw aan de andere kant van een tuinmuur lopen en sprak haar aan met de vraag of ze misschien een b&b wist in de stad. Ze wist me te vertellen dat er diverse b&b’s waren in de stad, maar ook dat er een bruiloft was in het Gleneagles Hotel en dat het toch wel druk zal zijn. Ze moest aan mijn gezicht gezien hebben dat ik een beetje vertwijfeld was want ze zei dat ze zelf nog wel een lodge had staan die we konden gebruiken en of we dat wilde. Ik zei uiteraard ja. Maar mijn god, wat een prachtig huis met een aanbouw en een tuin van diverse hectare. De lodge die wij aangeboden kregen had een keuken annex zitkamer, 2 slaapkamers en een badkamer, wat een luxe voor ons. Ontzettend aardige heer en vrouw des huises. Na onze douche en omkleden gingen we nog wat eten. De rest vertel ik morgen wel. 

Een van de vele warehouses at Aberfeldy